Gokverliezen terugvorderen bij online casino zonder vergunning – stand van zaken bij de Hoge Raad

Conceptuele weergave van een civielrechtelijke procedure tegen een online casino zonder Ksa-vergunning, met balansweegschaal, dossiers en een toetssteen die wijst op de Hoge Raad

Honderden Nederlandse spelers hebben sinds 2024 hun verloren inzetten bij online casino’s zonder Nederlandse vergunning via de civiele rechter teruggevorderd. De eerste rechtbankuitspraken vielen wisselend uit, en in juni 2024 zijn prejudiciële vragen aan de Hoge Raad voorgelegd. Inmiddels ligt er ook een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie en wordt het arrest van de Hoge Raad verwacht voor het zomerreces van 2026. Deze pagina zet de juridische stand van zaken op een rij en bespreekt waar de risico’s voor spelers liggen.

De juridische grondslag van de claim

De terugvorderingsclaims berusten op een combinatie van het kansspelrecht en het algemene vermogensrecht. Artikel 1 van de Wet op de kansspelen verbiedt het zonder vergunning aanbieden van kansspelen in Nederland. Een overeenkomst die in strijd met dit verbod tot stand komt, wordt door eisers ingeroepen als nietig op grond van artikel 3:40 lid 1 BW: een rechtshandeling die door inhoud of strekking in strijd is met de openbare orde, is nietig.

Op die nietigheid bouwt vervolgens artikel 6:203 BW voort. Wat zonder rechtsgrond is betaald, kan als onverschuldigde betaling worden teruggevorderd. De redenering is dan dat de speler zijn inzet zonder geldige overeenkomst heeft gedaan en het casino het verschil tussen totale stortingen en totale uitbetalingen moet terugbetalen. Het verbod uit artikel 1 Wok geldt daarbij onverkort voor aanbieders zonder vergunning van de Kansspelautoriteit, ongeacht of zij in het buitenland een licentie hebben.

De inzet van de procedure is in beginsel het netto verlies: het saldo van alle stortingen minus alle uitbetalingen over een bepaalde periode. Op de pagina spelersbescherming buiten het Nederlandse vergunningenkader staat hoe deze civielrechtelijke route zich verhoudt tot de bestuursrechtelijke instrumenten van de Kansspelautoriteit en het Cruks-register.

Visuele weergave van de juridische grondslag: artikel 1 Wok in samenhang met artikel 3:40 BW en artikel 6:203 BW als basis voor onverschuldigde betaling

De eerste rechtbankuitspraken in 2024

De eerste rechtbankuitspraken die deze constructie aanvaardden, kwamen van de rechtbank Overijssel op 17 april 2024. In de zaak met kenmerk ECLI:NL:RBOVE:2024:2078 tegen de Maltese vennootschap TSG Interactive Gaming Europe Ltd, de exploitant van PokerStars, werd 230.705,22 dollar plus 400 euro toegewezen aan een speler. Op dezelfde dag werd in zaak ECLI:NL:RBOVE:2024:2079 tegen ElectraWorks Limited, de exploitant van Bwin, een bedrag van 187.621,96 euro toegewezen.

De rechtbank Overijssel oordeelde dat het aanbieden van online kansspelen aan in Nederland verblijvende spelers zonder Nederlandse vergunning in strijd is met de openbare orde en dat de speelovereenkomsten daarmee nietig zijn. De stortingen die de spelers hadden gedaan in de periode vóór de inwerkingtreding van de Wet kansspelen op afstand op 1 oktober 2021 kwalificeerden als onverschuldigde betaling. Een later vonnis van dezelfde rechtbank, ECLI:NL:RBOVE:2024:3191 tegen Trannel International Limited, de exploitant van Unibet, volgde dezelfde lijn.

Ook de rechtbank Noord-Nederland kwam in ECLI:NL:RBNNE:2024:1971 tot een soortgelijke uitkomst. In Den Haag werd de redenering bevestigd in onder meer ECLI:NL:RBDHA:2024:11007 en ECLI:NL:RBDHA:2024:11011. In een groot deel van deze zaken werden de stortingen tot en met 30 september 2021 als onverschuldigd betaald aangemerkt en met wettelijke rente toegewezen.

Tijdlijn van Nederlandse rechtbankuitspraken in 2024 over terugvordering van gokverliezen bij buitenlandse online casino's, met kenmerken van Overijssel, Noord-Nederland en Den Haag

Niet elke speler kreeg gelijk

Tegelijk waren er rechtbanken die de claim juist afwezen of slechts gedeeltelijk toewezen. De rechtbank Zeeland-West-Brabant wees op 30 mei 2024 in zaak ECLI:NL:RBZWB:2024:3524 een vergelijkbare vordering juist af. De rechtbank achtte de overeenkomst weliswaar nietig, maar oordeelde dat terugvordering van de inzet onverenigbaar zou zijn met de strekking van het verbod, omdat de speler dan in een betere positie zou komen dan wanneer hij of zij niet had gespeeld.

Andere rechtbanken pasten een verdeling toe waarbij niet alle stortingen, maar uitsluitend het netto verlies, voor toewijzing in aanmerking kwam. Weer andere zaken stonden of vielen op verjaring, op de vraag wie als formele wederpartij gold of op het bewijs van de daadwerkelijke storting. Hierdoor ontstond in de loop van 2024 een lappendeken van uitspraken, met als gevolg dat zowel spelers als operators behoefte hadden aan duidelijkheid van de hoogste rechter.

Schematische weergave van wisselende uitkomsten van Nederlandse rechtbanken in terugvorderingsprocedures, met toewijzingen, afwijzingen en gedeeltelijke toewijzingen

Prejudiciële vragen aan de Hoge Raad

Tegen de achtergrond van deze verdeeldheid is op 12 juni 2024 voor het eerst een procedure tot prejudiciële vraagstelling aan de Hoge Raad ingesteld. Op 22 januari 2025 is de definitieve set vragen vastgesteld. De kernvragen zien op drie punten. Wordt een speelovereenkomst met een aanbieder zonder Nederlandse vergunning daadwerkelijk getroffen door nietigheid op grond van artikel 3:40 BW. Zo ja, of zich daartegen verzet dat de speler bij toewijzing van zijn vordering financieel beter af is dan wanneer hij niet had gespeeld. En welke uitwerking eventuele tegenvorderingen van de aanbieder dienen te krijgen.

Bij de Hoge Raad zijn vervolgens twee conclusies van advocaten-generaal genomen. De conclusie van A-G Lindenbergh in het najaar van 2025 wees in een voor spelers nadelige richting: hij liet ruimte voor toewijzing van vorderingen, maar gaf aan dat een volledige terugvordering van de inzet zonder verrekening van het speelplezier of van toegekende winsten de strekking van het verbod te buiten kan gaan. De conclusie van A-G Snijders, die in andere zaken later volgde, hield daarentegen meer open en liet uitdrukkelijk ruimte voor de nietigheidsroute en voor volledige terugvordering bij onverschuldigde betaling.

Conceptuele weergave van prejudiciële vragen aan de Hoge Raad in 2024 en 2025 over terugvordering van gokverliezen, met de drie kernvragen

Het Europese spoor: zaak C-440/23

Parallel aan de Nederlandse procedure speelde een Europees spoor. In de zaak C-440/23 stelde het Hof van Justitie van de Europese Unie op 16 april 2026 een arrest vast over vergelijkbare terugvorderingsprocedures in Oostenrijk. Het Hof bevestigde dat een lidstaat een nationaal monopolie of vergunningenstelsel voor online kansspelen onder strikte voorwaarden mag handhaven, en dat het aan de nationale rechter is om te beoordelen of een aanbieder zonder lokale vergunning gehouden kan worden de inzet terug te betalen. Het arrest gaat niet over Nederland, maar wordt door advocaten van beide kanten ingeroepen als toetssteen voor de uitleg van de Nederlandse Wok.

Het volledige arrest is te raadplegen via het Hof van Justitie van de Europese Unie. Centraal punt voor de Nederlandse context is dat het Hof het bestaan van een vergunningenstelsel voor online kansspelen aanvaardt en dat een lidstaat consumenten mag beschermen tegen aanbieders die buiten dat stelsel opereren. Daarmee is de Europese ruimte voor de Nederlandse civielrechtelijke route niet afgesloten, maar evenmin zonder grenzen.

Schematische weergave van het Europese spoor met zaak C-440/23 van het Hof van Justitie en zijn raakvlak met de Nederlandse Wok-handhaving

Wat de Hoge Raad-uitspraak kan brengen

Het arrest van de Hoge Raad wordt op basis van de gangbare doorlooptijd verwacht voor het zomerreces van 2026. Drie scenario’s tekenen zich af. In het eerste scenario sluit de Hoge Raad aan bij de lijn van rechtbank Overijssel: de overeenkomst is nietig en de speler kan zijn nettoverlies of zelfs zijn volledige inzet terugvorderen, met aftrek van uitbetalingen. In dit scenario komt er een stroomversnelling van procedures.

In een tweede scenario aanvaardt de Hoge Raad de nietigheid, maar matigt hij de vordering. Volledige restitutie van alle inzet zou de speler in een betere positie brengen dan zonder spel, en dat verdraagt zich slecht met de strekking van het verbod. Toewijzing beperkt zich dan tot het netto verlies, eventueel verminderd met een voordeel uit speelplezier of met door de aanbieder gemaakte kosten. In een derde scenario aanvaardt de Hoge Raad de nietigheidsconstructie niet, of slechts in een zeer beperkte vorm, en valt het overgrote deel van de claims weg.

Voor lopende procedures betekent dit dat veel zaken worden aangehouden tot het arrest gewezen is. Operators bieden in een aantal zaken inmiddels schikkingen aan, vaak tussen 30 en 60 procent van het gevorderde bedrag, juist om de uitkomst van het arrest niet af te wachten.

Procesfinanciering, kosten en wederzijdse claims

Veel spelers procederen niet op eigen kosten, maar via een procesfinancier of een gespecialiseerd advocatenkantoor dat op no cure no pay-basis werkt. De marktprijs voor deze constructie ligt rond de 40 procent van het toegewezen bedrag, exclusief btw en exclusief griffierechten. Dat tarief geldt zowel bij volledige toewijzing als bij een schikking, en wordt in beginsel verrekend met het uitgekeerde bedrag. Voor spelers met een groot netto verlies kan dit aantrekkelijk zijn, omdat zij geen voorschot hoeven te betalen.

Een minder vaak besproken risico is dat van wederzijdse claims. Zou de Hoge Raad oordelen dat de overeenkomst nietig is, dan is in beginsel ook de uitbetaling van winsten zonder rechtsgrond ontvangen. Een operator zou daarmee, in theorie, op grond van artikel 6:203 BW ook eerder uitbetaalde winsten kunnen terugvorderen. In de praktijk wordt dit verweer door enkele operators inmiddels gevoerd in lopende procedures. De netto-uitkomst kan daardoor sterk verschillen van het gevorderde brutoverlies.

Daarnaast loopt de procedure veelal samen met andere fiscale vragen. Voor wie eerder bruto-uitbetalingen heeft ontvangen, kan een afgeronde procedure tot een nieuwe fiscale beoordeling leiden. De pagina over kansspelbelasting bij buitenlands casino beschrijft de fiscale kant in detail.

Visuele weergave van het procesfinancieringsmodel met een tariefverdeling rond 40 procent van het toegewezen bedrag en de aftrek van griffierechten

Praktische overwegingen voor spelers

Een speler die overweegt zijn verlies te claimen, doet er goed aan eerst de feitelijke onderbouwing op orde te brengen. Dat betekent: een volledig overzicht van stortingen en opnames per aanbieder, met datums en bedragen, ondersteund door bankafschriften of transactiehistorie uit de speelaccount. Operators zijn op grond van hun licentievoorwaarden meestal verplicht een transactieoverzicht te verstrekken op verzoek van de speler, ook als zij geen Nederlandse vergunning hebben.

Verjaring is een tweede aandachtspunt. De vordering uit onverschuldigde betaling verjaart in beginsel na vijf jaar vanaf het moment waarop de eiser bekend is of redelijkerwijs bekend kon zijn met de vordering. De aanvang van die termijn is bij gokclaims niet altijd evident en wordt in lopende zaken nog uitgevochten. Voor stortingen van vóór 2019 ligt verjaring op de loer.

Ten derde geldt dat een aanbieder met een buitenlandse licentie zoals Malta of Anjouan zich tegen executie in eigen land kan verzetten. Op de pagina MGA, Anjouan en licentieloze sites staat hoe deze executiebarrières zich in de praktijk uitpakken. Een toewijzend Nederlands vonnis is niet automatisch hetzelfde als ontvangen geld.

Conceptuele weergave van executiebarrières bij een toewijzend Nederlands vonnis tegen een buitenlandse vergunninghouder, met focus op grensoverschrijdende incassorisico's

De positie van de redactie

Deze pagina is informatief en bevat geen juridisch advies. De rechtspraak ontwikkelt zich nog en het arrest van de Hoge Raad is op het moment van publicatie nog niet gewezen. Wie zijn verlies wil terugvorderen, doet er verstandig aan een Nederlandse advocaat met aantoonbare ervaring in deze procedures te raadplegen en zich te laten informeren over de risico’s, inclusief het risico op tegenclaims en het effect op fiscale aangiftes.

Voor een breder overzicht van de toezichtsbevoegdheden van de Kansspelautoriteit en het Nederlandse vergunningenstelsel verwijzen we naar het overzicht van de Kansspelautoriteit. De primaire bron voor alle aangehaalde rechtbankuitspraken is te raadplegen via uitspraken.rechtspraak.nl, waar via de hierboven genoemde ECLI-nummers de volledige tekst van elk vonnis te vinden is.

Hulp bij gokproblemen

Heb je het gevoel dat het spelen je is gaan beheersen, of merk je dat je grotere verliezen probeert terug te winnen, neem dan contact op met een Nederlandse hulplijn voor je een procedure start. Een procedure herstelt geld, geen controle over speelgedrag.

Over de auteur

Joris Hendriks is redacteur en analist met ruim twaalf jaar ervaring in de Nederlandse en Europese kansspelsector. Hij schrijft over toezicht, vergunningverlening en consumentenbescherming, met de Kansspelautoriteit, Cruks en de Europese kansspelrechtspraak als terugkerende onderwerpen. Lees meer over zijn werk op de redactiepagina over de auteur.